De RenteStanden
Huidige en toekomstige rente ontwikkelingen
Scheiden is fiscaal lijden
Samen met uw partner heeft u een eigen huis, maar u besluit te scheiden. Met alle gevolgen van dien. Wie krijgt wat? Eigen Huis Magazine heeft de fiscale consequenties voor u op een rij gezet.Bij een echtscheiding zijn er grofweg twee mogelijkheden wat betreft uw huis. De eerste is dat een van u in de gezamenlijke woning blijft wonen en de ander uitkoopt. De andere optie is dat het huis verkocht wordt en u afzonderlijk gaat huren of een ander (kleiner) huis koopt. In de meeste gevallen krijgt u te maken met de bijleenregeling. Volgens deze regeling, die sinds 2004 bestaat, moet u als u uw huis verkoopt de vrijgekomen overwaarde inbrengen in een volgende, duurdere koopwoning. Doet u dat niet, dan heeft dat als consequentie dat u bij uw volgende koopwoning over het bedrag ter grootte van de overwaarde geen recht heeft op hypotheekrenteaftrek. Dit geldt ook bij een echtscheiding.
Huis verkopen
Als het huis verkocht wordt, dan moet de overwaarde verdeeld worden in overeenstemming met de eigendomsverhouding. De een krijgt bijvoorbeeld 60% van de overwaarde en de ander 40% (als het eigendom ook zo geregeld is). Bent u getrouwd in gemeenschap van goederen, dan krijgt ieder de helft van de overwaarde. De overwaarde wordt vervolgens door de Belastingdienst vijf jaar lang geparkeerd. U krijgt zoals dat heet een eigenwoningreserve. Koopt u binnen die periode een huis, dan moet u om voor renteaftrek in aanmerking te komen uw deel van de overwaarde uit de echtelijke woning inbrengen (zie het rekenvoorbeeld). Nu is het volgens de bijleenregeling zo dat de overwaarde niet ingebracht hoeft te worden als u goedkoper gaat wonen. Ook hier geldt dat dit naar eigendomsverhouding berekend moet worden. Had u met uw ex-partner een woning van € 200.000,- waarvan u voor de helft eigenaar was? Dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat u een woning had van € 100.000,-. Koopt u dus zelf een nieuw huis van € 120.000,-, dan gaat u naar een duurdere woning en moet u de overwaarde inbrengen.
Partner uitkopen
Blijft u of uw partner in het huis wonen, dan moet degene die vertrekt uitgekocht worden door de ander. Ook hier geldt dat de Belastingdienst uw overwaarde vijf jaar lang mee laat tellen voor de bijleenregeling. Bent u bijvoorbeeld uitgekocht door uw partner en koopt u binnen die periode een huis, dan moet u de overwaarde uit de echtelijke woning meenemen in uw nieuwe koophuis (zie voorbeeld). Blijft u achter in de woning en koopt u dus uw ex-partner uit, dan kunt u dat deel financieren met renteaftrek.
Andere bezittingen
Meestal heeft u naast de eigen woning nog meer gemeenschappelijke bezittingen. Denk aan een auto of kunst die u samen heeft aangeschaft. Het kan zijn dat de een meer goederen meeneemt dan de ander. Stel u bent allebei voor de helft eigenaar van het huis. Uw ex-partner koopt u uit en de overige bezittingen deelt u door de helft. U bent echter overeengekomen dat u de auto die € 10.000,- waard is, meeneemt. Hierdoor heeft u € 5.000,- meer aan gemeenschappelijke goederen meegenomen (uw partner is immers voor de helft eigenaar van de auto). U kunt dit bedrag verrekenen met de overwaarde van het huis. Uw partner koopt u dan niet voor bijvoorbeeld € 25.000,- uit, maar voor € 20.000,-. Maar hoe zit het dan met uw eigenwoningreserve? Is die nu € 20.000,-? Helaas niet. In de ogen van de Belastingdienst heeft u € 25.000,- overwaarde gencasseerd. Een vijfde daarvan heeft u uitgegeven aan een auto. Koopt u binnen vijf jaar een duurdere woning, dan moet u om uw rentekosten af te mogen trekken gewoon de overwaarde (€ 25.000,-) in de volgende woning stoppen.
Rekenvoorbeeld
Sven Bos woont samen met Yvonne Nijhuis. Allebei zijn ze voor de helft eigenaar van de woning die op het moment dat ze uit elkaar gaan 300.000,- waard is. De hypotheek die op de woning rust, is 240.000,-. Yvonne koopt Sven uit en blijft in het huis wonen.
Waarde woning 300.000,-
Hypotheekschuld 240.000,-
Overwaarde/eigenwoningreserve 60.000,-
Sven incasseert 30.000,- overwaarde die vijf jaar als eigenwoningreserve blijft bestaan.
Sven vindt na een halfjaar huren een koopappartement van 130.000,-. Voor het complete kostenplaatje sluit hij een hypotheek af. Omdat hij goedkoper gaat wonen (zijn aandeel in de echtelijke woning was de helft van 300.000,-, oftewel 150.000,-) mag hij zijn eigenwoningschuld uit de vorige woning meenemen. Dit is de helft van de hypotheekschuld van 240.000,-, oftewel 120.000,-. Het restant ( 10.000,-) dat hij leent, komt niet voor renteaftrek in aanmerking. Dit deel valt namelijk in box 3.
Financiering appartement Sven 130.000,-
Eigenwoningschuld* 120.000,-
Schuld Box III 10.000,-
*De schuld die u voor een eigen woning heeft afgesloten en waarvoor u in aanmerking komt voor hypotheekrenteaftrek.
Wie rent weg met de hypotheekrenteaftrek?
Echtscheiding heeft ook effect op uw recht op hypotheekrenteaftrek. Echtgenoten zijn namelijk automatisch fiscaal partner. Een van de twee partners mag dan (alle) fiscale aftrekposten, waaronder ook de hypotheekrenteaftrek, voor zijn of haar rekening nemen. Meestal is dat degene die het meest verdient en daardoor in een hogere belastingschijf valt. Want hoe hoger de schijf, hoe gunstiger de fiscale aftrek.
Stel u heeft samen met uw partner sinds 2001 een eigen huis met een hypotheek van 250.000,-. Omdat u meer verdient, heeft u de hypotheekrenteaftrek in mindering gebracht op uw inkomen. In 2007 volgt een echtscheiding. Hoe werkt dat? U heeft dan 6 jaar lang de rente fiscaal afgetrokken over 250.000,-. Koopt u een nieuw huis voor bijvoorbeeld 300.000,- dan heeft u over 50.000,- nog recht op 30 jaar renteaftrek, maar over de 250.000,- nog maar 24 jaar (uitgaande van het feit dat u geen overwaarde heeft uit uw eigen woning). Uw partner daarentegen heeft nog de volle 30-jaarstermijn.
Lastiger wordt het als de hypotheekrenteaftrek niet altijd bij dezelfde partner is afgetrokken. Per jaar moet u dan bekijken wie de renteaftrek voor zijn rekening heeft genomen. Heeft u na 6 jaar zelf 5 jaar lang de rente afgetrokken en uw partner 1 jaar, dan heeft u nog 25 jaar recht op hypotheekrente staan over 250.000,- en uw partner 29 jaar.
Bron: Eigen Huis Magazine 1 maart 2007